Geschiedenis
Ju Jutsu betekent "zachte kunst", zacht staat hierbij niet voor zachtaardig. Ju Jutsu is een bijzonder effectieve manier om jezelf en anderen te verdedigen, waarbij het er hard aan toe kan gaan. "Zacht" staat voor meegaand in de betekenis van meegaan met de kracht van je tegenstander. Velen beweren dat Ju Jutsu de stamvader is van alle japanse vechtkunsten en sporten (behalve karate) en ongeveer 2000 jaar oud is.
Tot in de 17e eeuw staat er echter niet veel op papier. Dit komt vooral omdat iedere school zijn eigen technieken geheim wilde houden. Want in een gevecht op leven en dood kon het hebben van een geheime techniek van doorslaggevende betekenis zijn. Zelfs tot op de dag van vandaag zijn er in Japan scholen die geheime technieken hebben die alleen bestemd zijn voor hoge gegradueerden.
Buiten de vechttechnieken kent Ju Jutsu ook helende technieken (Kuatsu). Dit zijn onder andere manieren om iemand weer versneld bij bewustzijn te brengen, een bloeding te stelpen en verstikkingen tegen te gaan. Het is zeer te betreuren dat een aantal van deze technieken door geheimzinnigheid verloren zijn gegaan (maar dat zal wel een westerse gedachte zijn).
Vele scholen (ryu) gaven hun eigen naam aan de kunst, bijvoorbeeld; Jawara, Tai Jitsu, Wa Jitsu en Komiuchi.
In feite was het zo dat de samurai zich de ongewapende technieken eigen maakten voor het geval ze in gevecht ontwapend werden, zodat ze toch nog een kans hadden om zich te verdedigen. Het Ju Jutsu nam in het begin van de 19e eeuw een grote vlucht omdat de samurai toen in het openbaar geen wapens meer mochten dragen en daardoor kwetsbaarder werden tegen bandieten.